Een absurde claim: ouders Tristan van der Vlis zijn niet aansprakelijk

 

Deze week werd bekend dat een groep slachtoffers van de schietpartij in winkelcentrum Ridderhof in Alphen aan den Rijn schadevergoeding vordert van de ouders van dader Tristan van der Vlis. Van der Vlis schoot in 2011 in dat winkelcentrum zes mensen dood. De ouders zijn niet de eersten die door de slachtoffers en nabestaanden voor de civiele rechter worden gedaagd. Eerder werden de staat en de politie tevergeefs aansprakelijk gesteld voor de schade veroorzaakt door het ten onrechte verlenen van een wapenvergunning aan Van der Vlis.

De claim tegen de ouders werd in de pers breed uitgemeten. Zelfs het NOS Journaal besteedde er aandacht aan. Misschien ligt hier de gedachte aan ten grondslag dat als een advocaat zijn medewerking verleent aan het instellen van een vordering als deze, die wel enige kans van slagen moet hebben. Niets is minder waar. Ik mag hopen dat de advocaat in deze zaak zijn cliënten heeft verteld dat deze vordering naar Nederlands recht volstrekt kansloos is. Kennelijk is de claim gebaseerd op het feit dat de moeder van de 24-jarige Van der Vlis niet ingreep hoewel ze vermoedde dat Tristan depressief was en zich er over verbaasde dat hij een wapenvergunning kreeg. Dit is evenwel evident onvoldoende om de ouders onrechtmatig handelen aan te wrijven. Naar Nederlands recht bestaat een uitgebreid stelsel van regels over de aansprakelijkheid van ouders voor hun minderjarige kinderen, maar zodra het kind meerderjarig is, is het nog slechts aansprakelijk voor zijn eigen gedrag.

Nu is niet uit te sluiten dat in extreme gevallen de ouders inderdaad aansprakelijk zijn voor het gedrag van een meerderjarig kind, maar dan niet omdat ze ouders zijn maar simpelweg omdat ze, net als ieder ander in die situatie, een zorgplicht schonden jegens de slachtoffers. Dan moet wel aan hele strikte eisen zijn voldaan; bij mijn weten heeft een Nederlandse rechter dit nimmer aangenomen. In de VS is in zeer uitzonderlijke gevallen een ouder al wel aansprakelijk gehouden voor crimineel gedrag van een kind. Nodig is dan dat de ouders weten of moesten weten dat hun kind grote psychische problemen had en daarmee een risico vormde voor anderen, dat het kind bij de ouders inwoonde en dat de ouders handelden alsof zij hun kind onder controle wilden houden (en zich aldus naar de buitenwereld afficheerden als verantwoordelijk voor het gedrag van het kind).

Hoe extreem de feiten dan moeten liggen bewijst de zaak Silberstein v Cordie. Het ging hier om een 27-jarige schizofrene man die nog bij zijn ouders woonde en door hen werd verzorgd alsof hij nog minderjarig was. De ouders wisten dat hun zoon leed aan waanbeelden en hallucineerde over de duivel. De ouders hadden hun zoon daarop enkele maanden doen opnemen in een psychiatrische inrichting. Nadat hij weer thuis was, zagen de ouders dat hij was gestopt met het innemen van zijn medicijnen. Toch besloten zij om een reisje te maken, hun zoon alleen thuis te laten en het in huis aanwezige pistool niet op te bergen. Vervolgens doodde de dader een vriend van hem die hij, zoals zijn ouders wisten, al meerdere malen had bedreigd. In dit extreme geval achtte de rechter in Minnesota de ouders civielrechtelijk aansprakelijk.

Aan geen van de – ook naar Nederlands recht aanvaardbare – eisen voor aansprakelijkheid zoals ontwikkeld door de Amerikaanse rechter is in de zaak van Van der Vlis voldaan. Van der Vlis woonde zelfstandig, van grote psychische problemen was de ouders niet gebleken en evenmin trachtten zij om het gedrag van hun kind te controleren. De rechter kan korte metten maken met deze absurde claim.

 

Verschenen in: Law Blogs Maastricht 21 februari 2017

Ken uw naaste

Kent u Saúl Luciano Lliyua? Saúl is een Peruaanse boer. Hij woont in de Andes in de buurt van een gletsjer die de afgelopen tien jaar in snel tempo is gesmolten. Het daardoor ontstane meer vormt een grote bedreiging voor Saúl: als de gletsjer onder invloed van de opwarming van de aarde nog verder smelt, is de kans groot dat een vloedgolf hem en zijn dorpsgenoten zal wegvagen. Saúl kan twee dingen doen. In de eerste plaats kan hij wachten tot alle 195 VN-lidstaten thans aanwezig op de klimaattop in Parijs een verdrag hebben gesloten dat de opwarming van de aarde (volgens Saúl de oorzaak van het smelten van de gletsjer) tot staan brengt. De kans dat zo een vergaand verdrag er komt is nihil. In de tweede plaats kan hij trachten om individuele uitstoters van CO2 aansprakelijk te stellen. Dat laatste is precies wat Saúl heeft gedaan. Hij daagde de Duitse energiereus RWE voor de rechtbank in Essen en vordert dat RWE een bedrag van € 20.000 zal bijdragen aan de beveiliging van het meer, een bedrag dat is gebaseerd op de 0,47% van de totale CO2-uitstoot waar RWE volgens Saúl verantwoordelijk voor is.

Voor de leek lijkt dit misschien een voor de hand liggende vordering, maar juristen hebben er om verschillende redenen grote moeite mee. Had RWE echt anders moeten handelen jegens Saúl? Is het klimaat wel een rechtens beschermd belang? Wordt de schade van Saúl wel veroorzaakt door de uitstoot van RWE? En is het echt aan de rechter om hier een oordeel over te geven? In dit soort zaken moet de rechter op zoek naar de grenzen van het aansprakelijkheidsrecht en van zijn eigen rol in de rechtsstaat. Dat kan zo maar leiden tot een veel effectiever tegengaan van klimaatverandering dan een slap internationaal verdrag ooit zou kunnen. De grootste horde die moet worden genomen is dat Saúl wordt aangemerkt als iemand met wie RWE rekening heeft te houden of, zoals het Engelse recht dat op bijbelse wijze verwoordt, voor het recht als diens naaste (neighbour) geldt. Er valt veel voor te zeggen dat die naaste in een globaliserende samenleving een andere is dan honderd jaar geleden. Filosoof Peter Singer sprak van de zich uitbreidende morele cirkel: van gezin, klasse en natie tot de hele mensheid. Het is niet raar als dat ook tot uitdrukking komt in het recht. Misschien is dat meer bepalend voor de toekomst van de planeet dan de onderhandelingen in Parijs.

(eerder verschenen in Observant 14 (3 december 2015), p. 3

De teek en het recht

Bent u ook zo bang voor teken? Bij ons thuis vindt een boswandeling alleen plaats na overvloedig besprenkelen met deet en het bedekken van liefst zoveel mogelijk lichaamsdelen. Dat dit soort voorzorgsmaatregelen niet geheel overbodig zijn realiseerde ik mij toen ik recent een uitspraak las van een rechter in Connecticut. De 15-jarige Cara Munn, leerlinge van eliteschool Hotchkiss, werd tijdens een schoolreisje naar China (waarom ook niet?) gebeten door een teek. Zij en twee van haar klasgenoten hadden na de beklimming van een berg besloten om niet, zoals de anderen, met de kabelbaan naar beneden te gaan, maar langs een pad door het bos af te dalen. Door de beet loopt Cara een hersenontsteking op die haar berooft van haar spraakvermogen. Zo kan een onschuldige wandeling dramatische gevolgen hebben.

Nu las ik deze uitspraak niet in de hoedanigheid van wandelaar maar in die van jurist. In de procedure die volgde veroordeelde een jury de school tot betaling van $ 41 miljoen aan Cara, waarvan $ 31 miljoen aan smartengeld. Dat zijn forse bedragen, maar in de VS niet ongebruikelijk zodra er een jury aan te pas komt. De belangrijke vraag – binnenkort te beantwoorden door het hooggerechtshof van Connecticut – is of de school hier terecht aansprakelijk werd gehouden voor iets wat ook kan worden beschouwd als een ongelukkig toeval. Voor zowel de Amerikaanse als de Nederlandse jurist is dat vragen naar welke zorgvuldigheid van de school mag worden verwacht. Had de school Cara en haar ouders moeten waarschuwen dat zij tijdens de reis in contact kon komen met ongedierte en voorzorgsmaatregelen moeten nemen om besmetting te voorkomen? Moeilijk was dat niet: de leerlingen vragen om tijdens de wandeling de huid te beschermen en om zichzelf na de excursie te controleren op teken is voldoende. Misschien dat het toekennen van een hoge schadevergoeding scholen ook stimuleert om voortaan voorzichtiger te zijn. Maar wie aansprakelijkheid wenselijk vindt om leerlingen zoals Cara te beschermen, kan daar beter nog eens goed over nadenken. Het maakt het organiseren van een schoolreisje potentieel zeer kostbaar met als waarschijnlijk gevolg dat scholen dit soort reizen niet meer durven te organiseren. Dat is precies de reden waarom de wetgever in Californië heeft bepaald dat scholen niet aansprakelijk kunnen zijn voor letsel ontstaan tijdens buitenschoolse activiteiten. Aan argumenten vóór en tegen aansprakelijkheid geen gebrek: misschien kunt u ze eens wegen bij uw volgende bezoek aan het bos.

(eerder verschenen in Observant 10 september 2015)