Bonussen SNS-top zijn wel degelijk terug te vorderen

Na de nationalisering van de SNS-Bank afgelopen vrijdag gaan terecht stemmen op om aan de SNS-top toegekende bonussen terug te vorderen. Niet alleen Minister van Financiën Dijsselbloem en PvdA-leider Diederik Samsom pleitten daarvoor, ook een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dit een belangrijk signaal. De politici zijn echter van oordeel dat, hoe graag ze ook zouden willen, terugvordering thans onmogelijk is: het wetsvoorstel voor een zogenaamde ‘claw back’-regeling uit 2010 ligt nog bij de Eerste Kamer en kan dus nog niet worden ingezet.

Deze opvatting berust op een misverstand. Zoals het wetsvoorstel ‘Aanpassing en terugvordering van bonussen’ zelf ook uitdrukkelijk aangeeft, verduidelijkt het slechts reeds bestaande wettelijke mogelijkheden. In het Nederlandse recht wordt de verhouding tussen werkgever en werknemer in sterke mate beheerst door de zogenaamde ‘redelijkheid en billijkheid.’ Wat het wetsvoorstel doet is nog eens herhalen wat al lang geldend recht is, namelijk dat de Raad van Commissarissen van een vennootschap (zoals SNS) kan weigeren een overeengekomen bonus uit te keren indien dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Een bonus die al uitgekeerd is kan in dat geval worden teruggevorderd op grond van de zg. onverschuldigde betaling. Anders dan Dijsselbloem en Samsom denken is het juridisch instrumentarium dus reeds aanwezig.

Wat wél zal moeten worden aangetoond is dat het behouden van de toegekende bonussen aan de SNS-top inderdaad in strijd komt met die redelijkheid en billijkheid. Maar als waar is wat in de pers wordt gemeld over het gedrag van de SNS-bestuurders (premier Rutte noemde het ‘mismanagement’, anderen spraken van ‘wanbeleid’) is dat niet moeilijk. Daarbij zal ook helpen dat de Nederlandse Corporate Governance Code uit 2008, die door SNS Bank sinds inwerkingtreding volledig wordt onderschreven, de ‘claw back’-regeling nu reeds kent. Indien in de afgelopen jaren bij SNS bonussen zijn uitgekeerd – dat gebeurde overigens niet steeds wegens tegenvallende prestaties – staat er juridisch niets in de weg aan het terugvorderen daar van.