Stapels ‘slodderwetenschap’: lessen voor juridische onderzoekers?

De affaire Diederik Stapel blijft de wetenschappelijke gemoederen bezig houden. Na de publicatie van het rapport van de commissie Levelt wordt in toenemende mate gevraagd of wetenschappelijke fraude op deze schaal ook in andere disciplines (zoals economie en taalkunde) mogelijk is. Het rapport van de commissie Levelt, dat een deel van de sociale psychologie als ‘slodderwetenschap’ kwalificeert, kan immers ook beoefenaars van andere disciplines een spiegel voorhouden. Verschillende collega-juristen hebben mij het afgelopen jaar verzekerd dat frauduleuze praktijken in de rechtswetenschap veel minder kunnen voorkomen en dat, als ze zich voordoen, ze eerder aan het licht zullen komen. Ik ben daar zelf niet zo zeker van. Mijns inziens kunnen juristen wel degelijk enkele lessen aan de affaire Stapel ontlenen.

In de eerste plaats betreft dat de peer review en meer in het algemeen de collegiale controle op wat juristen doen. Het fabriceren van valse data is voor juristen doorgaans niet zinvol, maar op het vlak van collegiaal debat over onderzoeksvragen en methoden valt nog altijd veel te winnen. Ik zou niet graag de kost geven aan de juridische onderzoekers die nog altijd hun onderzoeksideeën en concepten van artikelen en boeken niet bespreken met collega’s en die aanbieden aan het meest ‘veilige’ tijdschrift of de meest ‘gemakkelijke’ uitgever (lees: waar de bijdrage het gemakkelijkst wordt gepubliceerd). De komst van onderzoeksprogramma’s en onderzoekgroepen heeft daar natuurlijk wel deels verandering in gebracht, maar nog niet genoeg. Ook op de beoordeling van kopij door redacties van (sommige) tijdschriften valt nog altijd veel aan te merken.

In de tweede plaats komt ook in de rechtswetenschap plagiaat vaker voor dan sommigen denken. Het bekendste buitenlandse voorbeeld is dat van de Duitse minister Guttenberg, die in zijn proefschrift Verfassung und Verfassungsvertrag op grote schaal plagieerde. Dit bleef onopgemerkt door promotor en beoordelingscommissie, bij uitgever Duncker & Humblot en in de recensies. Dat zegt iets over de mate waarin peer review in de rechtswetenschap werkt – eigenlijk net zoals in de sociale psychologie niet optimaal. Van groot belang is ook dat duidelijk wordt wat precies onder plagiaat wordt verstaan en wat niet. Opzet of onrechtmatigheid zijn niet vereist, maar wat is de norm wel? Het letterlijk overschrijven van bladzijden tekst mag zeker niet, maar wat te denken van het parafraseren van de gedachten van een ander met bronvermelding op een andere plaats? Of van het vertalen van een Engelse naar een Nederlandse tekst zonder adequate bronvermelding? Voor mij zijn dat duidelijke gevallen, maar niet iedereen deelt dat gevoelen. Dat pleit voor een explicitering van wat wetenschappelijke integriteit precies vereist. De Gedragscode Wetenschapsbeoefening blijft vaak abstract. Kennisname van gevallen in andere disciplines, zoals de bekende casus van Hans Werner Gottinger, kan dan helpen.

In de derde plaats verdient ook in de rechtswetenschap een ander fenomeen aandacht: zelfplagiaat. De economische wetenschap is onlangs opgeschrikt door twee gevallen waarin auteurs dezelfde informatie in meerdere artikelen reproduceerden. Naast het bekende geval van Bruno Frey is er de jonge Duitse econoom Ulrich Lichtenthaler, wiens publicaties thans worden onderzocht door onderzoekscommissies van de WHU School of Management en de Universiteit van Mannheim. In zijn geval gaat het onder meer om de beschuldiging dat hij in publicaties onvoldoende heeft verwezen naar publicaties van zichzelf en om van elkaar afwijkende duidingen van dezelfde data in verschillende publicaties. Lichtenthaler werd, net als Stapel, gezien als één van de sterren op zijn gebied: over hem werd geschreven als over ‘Der Junge der alles richtig macht.’ Ook dit zelfplagiaat (dus zonder verwijzing naar de eigen publicaties) komt in strijd met de wetenschappelijke integriteit, maar ik betwijfel dat dit thans ook de norm is onder juristen.

Het is kortom te gemakkelijk indien juristen het geval Stapel afdoen als een incident dat hen niet aangaat. Er is wel degelijk reden voor een discussie over wat de normen van wetenschappelijke integriteit onder juristen (dienen te) zijn.