Linkse wetenschap?

 

Hoe divers is de Nederlandse wetenschap? Volgens een meerderheid in de Tweede Kamer misschien niet zo heel divers. Vorige week nam de Kamer een motie aan die de regering oproept om na te gaan of de staf van Nederlandse universiteiten niet te homogeen is samengesteld. Het gaat dit keer niet om het relatief lage aantal vrouwelijke hoogleraren, maar om de politieke overtuiging van docenten en onderzoekers. De motie is ingegeven door de vrees dat wetenschappers te links zijn en dat dit in de weg staat aan een ‘diversiteit van perspectieven’ en aan ruimte voor ‘het vrije woord.’

Op het eerste gezicht is dit een verrassende oproep. Geen zinnig mens zal beweren dat een ‘liberale’ wetenschap leidt tot andere resultaten dan een ‘groene’, ‘christelijke’ of ‘sociaaldemocratische’ wetenschap. Er is alleen goed en slecht onderzoek. In een hoofdredactioneel commentaar had de NRC dan ook weinig goeds over voor de motie en repte van het ondergraven van de neutraliteit van de wetenschap. Als die niet waardenvrij is, kloppen de – inmiddels wereldberoemde – alternatieve feiten aan de deur. De vraag is of dit een verstandige reactie is. Natuurlijk is onderzoek naar de latrelaties van de zuidelijke rotspinguïn onafhankelijk van de politieke oriëntatie van de onderzoeker, maar heel veel aan de universiteit beoefende disciplines gaan niet alleen over feiten. Zij handelen ook over wat gewenst is of over wat werkt. In onder meer de economie, rechtswetenschap, sociale psychologie en gezondheidswetenschappen kunnen gemaakte keuzes (voor zowel thema als uitkomst) wel degelijk beïnvloed worden door politieke voorkeuren – die de goede onderzoeker uiteraard ook inzichtelijk maakt. Wetenschap gaat wel degelijk over waarden. En daar zijn we zeker gebaat bij een grote diversiteit aan perspectieven. Met partijpolitiek heeft dat niet per se iets te maken, maar moeilijk valt te ontkennen dat sommige onderzoeksthema’s ‘rechtser’ zijn dan andere.

Resteert de vraag of de universiteit inderdaad overwegend ‘linkse’ thema’s onderzoekt en onvoldoende aan zelfcensuur doet. Wordt de onderzoeker die de negatieve aspecten van immigratie of de positieve aspecten van een Nexit onderzoekt door collega’s met de nek aangekeken? Ik geloof er niets van. Dit was ooit anders: Buikhuisen kan er over meepraten. En wie het mooie jubileumboek ter gelegenheid van 40 jaar UM leest kan zich niet aan de indruk onttrekken dat wie in de beginjaren van onze universiteit geen PvdA stemde, het lastig had. Die tijd is gelukkig voorbij. De regering kan zich wijden aan belangrijker zaken.

Verschenen in: Observant 22 (16 februari 2017), p. 3