Kosten politie-inzet betaald voetbal terecht opnieuw op de agenda

 

Het kan niemand zijn ontgaan: met de opening van het nieuwe voetbalseizoen roeren ook de zogenaamde ‘supporters’ zich weer. Zo protesteerde de harde kern van enkele clubs afgelopen weekend tegen de politieacties voor een nieuwe cao onder het motto ‘Wij geen wedstrijd, hun geen staking.’ Dat is uiteraard de omgekeerde wereld. Wat was immers ook al weer de reden waarom de politie tijdens voetbalwedstrijden in groten getale aanwezig moet zijn? Indien voetbalfans zich gedragen kan de wedstrijd ook doorgaan zonder politie. Toch zijn er vanuit juridisch oogpunt twee positieve zaken te melden.

In de eerste plaats is gebleken dat ook zonder politie-inzet een aantal wedstrijden kon doorgaan, waaronder de risicowedstrijd AZ-Ajax. De clubs verdubbelden de inzet van eigen stewards en controleerden de eigen fans extra streng. Dat is een geslaagd experiment in zelfregulering: door de juiste incentive (zich goed gedragen) op de juiste plek (bij de clubs en de supporters) neer te leggen, kon een gewenst resultaat (de wedstrijd ging door) worden bereikt. Dat is een veelbelovende stap op weg naar volledige zelfregulering in de eredivisie. Certificering en licentiëring door de KNVB kunnen daarbij een grote rol spelen.

In de tweede plaats is positief dat de vraag naar de kosten van politie-inzet terug op de agenda staat. Vorige week liet de politievakbond ACP weten de politie-inzet bij voetbal zat te zijn. Die inzet kost thans rond de 300.000 manuren per jaar. In 2012 uitte de Minister van Veiligheid en Justitie dan ook het voornemen om de kosten van politie-inzet buiten het stadion door te berekenen aan de clubs, een voorstel dat – na zware kritiek van onder meer de KNVB – even snel weer werd ingetrokken met het argument dat buiten de stadions de overheid primair verantwoordelijk is voor openbare orde en veiligheid. Dat laatste is ongetwijfeld waar, maar dat verhindert op zichzelf niet dat kosten worden doorberekend. Een maatschappelijk belangrijke discussie als deze verdient betere argumenten. De vraag is daarbij niet of de voetbalclub in kwestie of de KNVB een verwijt kan worden gemaakt van het gedrag van relsupporters, maar wie de kosten heeft te dragen: de maatschappij als geheel of alleen diegenen die direct profiteren van de gevaarzettende activiteit (of die deze veroorzaken). Het wekt dan ook geen verbazing dat in de ons omringende landen de politie geregeld de kosten voor politie-inzet, óók buiten het stadion, doorberekent. Zo zond de politie van Bremen eerder dit jaar een rekening van € 425.000 aan de Duitse voetbalbond voor politie-inzet tijdens de wedstrijd Werder Bremen-Hamburger SV (1-0). Betaald is die rekening nog niet. In Engeland bestaat sinds 2011 zelfs een uitgebreide overheidscirculaire waarin wordt aangegeven welke politiekosten precies kunnen worden gevorderd. De Engelse rechter is daarbij overigens van oordeel dat het alleen mag gaan om kosten voor politie-inzet binnen het stadion en op terreinen die bezit zijn van de club of gecontroleerd worden door de club. Dat is interessant omdat ook in Nederland de politie nog geregeld optreedt op bijvoorbeeld het voorplein van het stadion. De kosten daarvan kunnen mijns inziens ook naar huidig Nederlands recht door de politie van de club worden gevorderd.